Afasie

Afasie is een verworven taalstoornis die veroorzaakt wordt door een hersenletsel en waarbij het begrijpen en het uiten van gesproken en geschreven taal gestoord is.

 

  • De stoornis is verworven. Dat wil zeggen dat mensen met afasie voor het hersenletsel geen problemen hadden met taal. Ze communiceerden vroeger zonder enig probleem. Afasie is dus niet iets waarmee je geboren wordt.

 

  • Afasie is een taalstoornis en geen spraakstoornis of dementie. De articulatie van woorden en de algemene intelligentie zijn normaal. Dit geeft vaak aanleiding tot grote frustratie bij de getroffen persoon.

 

 

Oorzaak

De meest voorkomende oorzaak van afasie is een CVA (cerebrovasculair accident), beter bekend onder de term ‘beroerte’ of ‘attaque’. De oorzaak van een CVA is een onderbreking van de bloedvoorziening naar een deel van de hersenen. Deze onderbreking wordt veroorzaakt door een hersenbloeding of een herseninfarct.

 

Een herseninfarct is een afsluiting van een ader door een bloedklonter die ergens in het lichaam (bijvoorbeeld in het hart) ontstaat en uiteindelijk in de hersenen terecht komt (een embolie). De bloedklonter kan ook in het bloedvat zelf ontstaan (een trombose).

 

Een hersenbloeding treedt op wanneer een ader scheurt ten gevolge van een verzwakte plek in de wand.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Andere mogelijke oorzaken van afasie zijn bijvoorbeeld een hersentrauma ten gevolge van bijvoorbeeld een ongeval, een hersentumor of een herseninfectie.

 

 

Afasietypes - kenmerken

  • Mensen met afasie reageren dikwijls anders dan voor hun ziekte. Zij kunnen hun emoties niet controleren zoals vroeger en dit verbaast de familie soms

  • Personen met afasie zijn prikkelbaar en zijn vaak gefrustreerd als iets niet lukt

  • Paniekreacties en woedebuien kunnen voorkomen wanneer de persoon niet aan bepaalde eisen kan voldoen. Dit snel emotioneel worden is mede een gevolg van het hersenletsel zelf

  • Sommige personen met afasie hebben vaker behoefte om eens alleen te zijn. Andere hebben veel aan een nuttige bezigheid om hun gedachten af te leiden

  • Algemeen reageren ze als iemand die een rouwproces doormaakt

 

Elke persoon met afasie is anders en niemand vertoont dezelfde problemen. De mate waarin er een uitval in het taalvermogen is en welke kenmerken er optreden, is onder andere afhankelijk van de plaats en de uitgebreidheid van het letsel in de hersenen. De meest voorkomende afasietypes zijn:

 

 

Afasie van Broca (motorische afasie)

Begrijpen:

  • Het begrijpen van korte en eenvoudige zinnen kan bij deze personen goed zijn

  • De persoon is zich zeer goed bewust van de problemen en vertoont veel frustratie.

 

Spreken:

  • Het spreken is bij deze personen niet vloeiend. Men weet wel wat men wil zeggen, maar heeft het moeilijk om dit onder woorden te brengen

  • Er wordt in korte zinnen gesproken en met veel pauzes

  • De persoon moet vaak lang zoeken om een woord te vinden (anomia)

  • Soms wordt een woord vervormd (bijvoorbeeld ‘tatel’ in plaats van ‘tafel’) of vervangen (bv. ‘stoel’ in plaats van ‘tafel’). Men geeft dus een ander woord dan het bedoelde woord (parafasie)

  • Gelijkaardige problemen kunnen voorkomen in het lezen en schrijven

 

 

Afasie van Wernicke (sensorische afasie)

Begrijpen:

  • De meeste personen hebben ernstige problemen in het begrijpen van taal

  • De persoon met afasie is zich vaak niet bewust van zijn problemen. Hij/zij begrijpt niet waarom de anderen hem/haar niet verstaan

  • Deze mensen worden soms onterecht als ‘geestesgestoord’ of ‘dement’ beschouwd

 

Spreken:

  • Deze personen spreken heel vloeiend

  • Ze zijn geneigd om steeds maar door te praten zonder rekening te houden met hun gesprekspartner (spreekdwang)

  • De zinsbouw is afwijkend en verschillende zinnen worden in elkaar geschoven

  • De woorden zijn zowel naar klank als betekenis vervormd (vb. 'appel' in plaats van 'peer')

  • Een woord kan ook vervangen worden door een nietbestaand woord, b.v. ‘oorhoor’ (neologismen)

  • Het taalbegrip is zwaar tot zeer zwaar gestoord. De patiënt begrijpt niet goed wat anderen zeggen

  • Gelijkaardige problemen kunnen voorkomen in het lezen en schrijven

 

 

Amnestische afasie

Kan geëvolueerd zijn uit een afasie van Broca of Wernicke. 

 

Begrijpen:

  • Het begrijpen is intact

  • De persoon met afasie is zich bewust van zijn probleem

  • Hij/zij kan gefrustreerd geraken door de woordvindingsproblemen 

 

Spreken:

  • De woordvindingsproblemen zijn het meest opvallend

  • De spraak is vloeiend maar blokkeert regelmatig omdat hij het juiste woord niet vindt. De patiënt breekt zijn zin dan ook af bijgevolg komen er veel pauzes voor

  • Hij kan zich meestal duidelijk maken door bijvoorbeeld omschrijvingen te geven

  • Het begrijpen is (redelijk) intact

  • Lezen en schrijven kunnen gestoord zijn

 

 

Globale afasie

De meest ernstige vorm van afasie en hierdoor komen er altijd andere stoornissen voor, maar een globale afasie kan evolueren naar een ander type afasie

Begrijpen:

  • Het begrip is meestal ernstig gestoord

  • De persoon kan zich wel of niet bewust zijn van zijn problemen

 

Spreken:

  • Spontane spraak is heel beperkt en men spreekt niet vloeiend

  • Soms is er geen spraak mogelijk (mutisme)

  • Soms gebruikt men enkel een steeds terugkerende uitingen (stereotiepen) of woorden. Het zijn vaak hun enige uitingen en ze hebben meestal geen betekenis (bijvoorbeeld ‘de dingen van het leven’, ‘dat is zo ja’, 'amen', 'verdomme', ...) of losse lettergrepen

  • Het taalbegrip is slecht tot zeer slecht evenals het lezen en schrijven dat onmogelijk is

 

 

Bijkomende stoornissen

Er kunnen nog andere stoornissen optreden. Dit is afhankelijk van de plaats van het hersenletsel.

De omgeving moet dan ook rekening houden met deze bijkomende stoornissen.

 

 

Hemiplegie

Veel personen met afasie hebben een hemiplegie of halfzijdige verlamming

 

  • De motorische banen verlopen gekruist. De linkerhersenhelft staat dus in voor de rechterlichaamshelft. Taal zit meestal in de linkerhersenhelft. Daardoor zijn personen met afasie bijna altijd aan de rechterarm en/of het rechterbeen verlamd

  • Sommige patiënten hebben een krachtsvermindering. Ze kunnen voorwerpen moeilijk vasthouden. Hun been sleept tijdens het stappen. Andere personen hebben een volledige verlamming. Ze zijn dan rolstoelgebonden

  • Naast de uitval van de motoriek kan ook de gevoeligheid van de ene helft gestoord zijn (hemianesthesie) dit geeft dan aanleiding tot een verminderd gebruik van het lidmaat en tot onhandigheid

 

 

Hemianopsie

Hemianopsie is een halfzijdige blindheid.

  • Personen met hemianopsie zien niet spontaan wat zich rechts voor en naast hen bevindt. Het rechteroog is wel niet blind, maar een deel van de oogzenuw is gekwetst. Namelijk het deel dat van het rechter- en het linkeroog naar de linkerhersenhelft loopt. Deze personen moeten hun hoofd naar rechts draaien om te zien wat er zich rechts van hen bevindt.

  • Soms komt hier bovenop een neglect voor. De persoon verwaarloost dan onbewust zijn rechterlichaamshelft en de rechterkant van de ruimte. We merken dan dat de persoon niet spontaan meer naar rechts kijkt of zijn niet verlamde rechterarm minder spontaan gebruikt.

 

 

Dysartrie

Dysartrie is een spraakstoornis en geen taalstoornis. Dysartrie komt soms voor bij een afasie van Broca en een globale afasie.

 

  • De inhoud van wat de persoon zegt, is normaal. Maar de uitspraak is niet duidelijk

  • Bij een dysartrie kunnen ook het slikken en kauwen gestoord zijn

 

 

Apraxie

Apraxie is een stoornis in het uitvoeren van doelgerichte bewegingen en handelingen. 

 

  • Er zijn geen verlammingen of andere motorische stoornissen

  • Bewegingen van mond, tong en ledematen kunnen getroffen zijn

  • Veel personen met afasie hebben deze stoornis

 

Een voorbeeld kan dit verduidelijken: We vragen aan een afasiepatiënt met apraxie om de mond te openen. Hij probeert dit, maar hij kan de beweging niet uitvoeren. Hij opent zijn mond wel spontaan bij het eten.

 

 

Concentratie - en geheugenstoornissen

 

Concentratiestoornissen:

  • Mensen met een hersenbeschadiging kunnen zich niet lang concentreren

  • Sommige patiënten zijn snel afgeleid door wat zich rond hen afspeelt

  • Ze worden snel moe en de aandacht voor de omgeving verzwakt

  • Ze reageren trager en maken meer fouten

  • Ook goed herstelde personen hebben nog moeilijkheden als ze hun aandacht over meerdere dingen tegelijk moeten verdelen (bv.wanneer meerdere personen samen aan het woord zijn.)

 

Geheugenstoornissen:

  • Veel personen met afasie hebben ook problemen met het geheugen.

 

 

Perseveratie

Perseveratie betekent 'niet kunnen loskomen van een vorige reactie'. 

 

  • Dit kan voor de persoon heel erg frustrerend zijn

  • Bv. de persoon herhaalt een woord dat hij zojuist gebruikt heeft terwijl hij eigenlijk iets anders bedoelt: “Geef mij peper en peper, nee niet peper maar peper.”

 

 

Behandeling

  • De logopedist observeert en onderzoekt de persoon met afasie om de aard en omvang van de problemen te bepalen. De logopediste doet een eerste screening en bepaalt met enkele taken (spontaan spreken, naspreken, …) welk type afasie de patiënt heeft.

  • De persoon met afasie en zijn familie krijgen informatie over de taalproblemen.

  • Het verbeteren van het begrip heeft vaak prioriteit in de behandeling.

  • Optimaliseren van de communicatie tussen de persoon met afasie en de familie is een belangrijk doel in de therapie.

  • Indien aangewezen zal de logopedist, al dan niet tijdelijk, een ondersteunend communicatiemiddel inschakelen. De logopedist leert de persoon met afasie en de omgeving hoe ze hiermee moeten werken.

  • De logopedist geeft begeleiding bij het aanvaarden van het ‘anders’ communiceren.

  • De logopedist werkt samen met onder andere de arts, ergotherapeut, kinesist, verpleging, maatschappelijk assistent, …

 

 

Tips voor familie en vrienden

 

Algemeen:

  • Niet het spreken, maar wel de communicatie moet centraal staan!

  • Tracht u aan te passen aan de nieuwe situatie die voor iedereen moeilijk is. Wees tevreden met elke kleine vooruitgang.

  • Toon begrip voor de gevoelens en de moeilijkheden die de persoon momenteel ondervindt. Laat duidelijk merken dat u hem/haar tracht te begrijpen en dat u hem/haar steunt.

  • Breng orde en regelmaat in de omgeving en bezigheden aan zodat de persoon een gevoel van veiligheid en zekerheid krijgt.

  • Neem tijd voor een gesprek. Ga zitten en maak oogcontact.

  • Wees eerlijk en zeg het openlijk als u het niet begrijpt.

  • Wijs de persoon niet op de fouten die hij/zij maakt. Geef geen kritiek maar tracht te helpen.

  • Blijf de persoon behandelen als een volwassene en praat ook niet over zijn/haar hoofd.

  • Spreek niet in de plaats van de persoon met afasie.

 

 

Tips die het begrijpen bevorderen:

  • Spreek rustig en duidelijk. Spreek op een natuurlijke volwassen manier, maar maak zinnen wat korter.

  • Wees creatief als de persoon met afasie u niet begrijpt, maak dan een passend gebaar, beeld het uit, teken het, wijs een voorwerp aan,…

  • Praat met de persoon over dingen in de onmiddellijke nabijheid en dingen die de interesse wekken.

  • Richt de aandacht van de persoon als u hem/haar iets wil zeggen door bv zijn/haar naam te noemen of even aan te raken.

  • Houd rekening met vermoeidheid. Praat niet te veel als de persoon vermoeid is.

  • Creëer een rustige omgeving tijdens een gesprek. Zet bijvoorbeeld de radio of televisie uit. Dit komt het begrip ten goede.

  • Roepen of harder praten is niet nodig. De persoon heeft geen gehoorproblemen.

  • Als u iets wil vragen, stel dan eenvoudige ja/neen- vragen. Vraag bijvoorbeeld niet ‘Wat heb je gegeten?’, maar vraag eerder ‘Heb je soep gegeten?’.

  • Spreek in korte zinnen en benadruk de belangrijkste woorden in uw zin. Bijvoorbeeld ‘Anne komt om 18u’.

 

 

Tips die het spreken stimuleren:

  • Stimuleer de persoon met afasie als hij/zij een woord niet kan vinden. Vraag de persoon bijvoorbeeld om een omschrijving te geven, een voorwerp of persoon aan te wijzen, …

  • Als het gesprek vastloopt en de persoon gefrustreerd geraakt, kan het soms beter zijn om het gesprek even te laten rusten. Probeer het later dan nog eens.

  • Indien geïndiceerd zal de logopedist, al dan niet tijdelijk, een ondersteunend communicatiemiddel introduceren zoals een gespreksboek.

 

 

Wenst u nog meer info?