Autismespectrumstoornis

Centraal staan stoornissen in de ontwikkeling van sociale en communicatieve vaardigheden en in de ontwikkeling van leeftijdsadequate interesses, gedragspatronen en activiteiten.

 

Problemen te situeren op 3 domeinen:

communicatie

De spraak- en taalontwikkeling is bij veel kinderen met autisme vertraagd of afwezig. Kinderen met autisme verstaan de taal, maar hebben moeite met betekenisverlening (= het toekennen van betekenis aan woorden). Hierdoor kunnen ze taal onvoldoende als communicatiemiddel gebruiken. Ze zijn vaak niet in staat een gesprek te starten of in stand te houden (weinig wederkerigheid). Daarnaast hanteren ze vaak stereotype taal en is hun verhaal vaak associatief en fragmentarisch. In de praktijk betekent dit dat ze vaak dingen letterlijk opvatten en moeite hebben met sarcasme of spreekwoorden.

 

verbeelding

Kinderen en jongeren met autisme hebben weinig verbeelding, wat zich uit in beperkte, stereotype interesses en bezigheden. Deze vaardigheden zijn soms zeer specifiek maar kunnen moeilijk in een sociale context gehanteerd worden. Afwijkingen in de verbeelding uiten zich al vroeg in de spelontwikkeling. Symbolisch spel, waarbij voorwerpen iets anders voorstellen, is vaak afwezig, vooral bij fantasiespel en sociaal imitatiespel.

 

sociale interactie

Problemen met sociale interacties vormen de kern van autismespectrumstoornissen. Kinderen met autisme hebben problemen met empathie, wat het voor hen ook erg moeilijk maakt om zich in de gevoelens en gedachtegang van anderen te verplaatsen.

 

 

Behandeling

Na telefonische aanmelding wordt een afspraak gemaakt bij de psychologe. Tijdens een intakegesprek wordt de hulpvraag in kaart gebracht en wordt er samen met het kind en de ouders een vervolgbehandeling opgesteld.

 

De behandeling van ASS start met een belevingsonderzoek van het kind of de jongere. Na een grondig onderzoek van de algemene vaardigheden (IQ) en de executieve functies (centrale coherentie, sociale cognitie, gezichtsherkenning,…)  wordt een diagnose gesteld. Vaak wordt er ook een taaltest gedaan bij een logopediste om taalproblemen uit te sluiten. Aan de hand van de onderzoeksresultaten wordt therapie opgestart. Een belangrijk onderdeel van de behandeling is psycho-educatie zowel voor het kind als voor de ouders en pedagogische ondersteuning. Daarnaast staan psychosociale interventies gericht op sociale vaardigheden, taal en repetitief gedrag (verbeelding) centraal. De begeleiding wordt aangepast aan de specifieke vragen/noden van het kind of de jongere.