Identiteitsproblemen

Identiteitsproblemen hebben te maken met wie je voor jezelf bent. De kinderen of jongeren ervaren een sterk gevoel van onmacht om de verschillende aspecten van de eigen identiteit te kunnen integreren. Er is sprake van problemen met het vinden van een balans tussen eigenheid, autonomie en individualiteit enerzijds en verbondenheid anderzijds.  Deze problemen doen zich vooral voor tijdens de puberteit en de adolescentie, aangezien in deze periode veel veranderingen plaatsvinden. De problemen komen vooral tot uiting in problemen met intimiteit, vervaging van het tijdsperspectief, gebrek aan concentratie en motivatie op school.

 

Er zijn verschillende soorten identiteitsproblemen:

 

1. Problemen met zelfbeeld:

Dit zijn problemen met het contrast tussen hoe iemand zichzelf ziet en hoe iemand zichzelf graag zou zien of gezien wil worden door anderen.

 

2. Problemen met seksuele geaardheid:

Dit zijn problemen met seksuele voorkeur. Vaak ervaren ze meer emotionele problemen, hebben ze moeite om over hun gevoelens te praten en zijn ze eenzaam. Omgevingsfactoren die een rol kunnen spelen zijn: negatieve reacties uit de omgeving, gemis van (h)erkenning en weinig steun van familie of vrienden.

 

3. Problemen met genderidentiteit:

Dit is een ontevredenheid met of het niet accepteren van het eigen geslacht en de wens om tot het ander geslacht te behoren. Vaak vertonen ze een afkeer voor activiteiten die bij het eigen geslacht horen en hebben ze slechtere sociale relaties met leeftijdsgenoten.

 

4. Problemen met losmaking van ouders:

Dit zijn problemen met het minder afhankelijk worden van de ouders en/of het moeite hebben met het bepalen van een eigen plaats binnen de veranderende relaties in het gezin.

 

Er zijn nog tal van andere identiteitsproblemen die we niet allemaal aanbod kunnen laten komen. De bovenvermelde problemen zijn de meest voorkomende identiteitsproblemen.

 

Behandeling

Na telefonische aanmelding wordt een afspraak gemaakt bij de psychologe. Tijdens een intakegesprek wordt de hulpvraag in kaart gebracht en wordt er samen met het kind en de ouders een vervolgbehandeling opgesteld.

 

De behandeling van identiteitsproblemen start met een belevingsonderzoek van het kind of de jongere. Daarna wordt er  vaak gewerkt met gedragstherapie om het onevenwicht tussen denken, voelen en handelen te herstellen. Bovendien wordt er ook gewerkt aan het versterken van het zelfbeeld. De specifieke invulling van de therapie wordt aangepast aan de vragen/noden van het kind of de jongere.